Veelgestelde vragen nieuwe regeling

U vindt hier veelgestelde vragen en antwoorden over de nieuwe pensioenregeling. Wij werken de vragen en antwoorden regelmatig bij. De laatste update was op 13 juli 2021.

Ik lees veel over het nieuwe pensioenstelsel. Hoe zit dat bij SPH?

De regeling van SPH wijzigt na 2021. Maar we kunnen nog niet volledig aansluiten op het Pensioenakkoord en de nieuwe pensioencontracten die daaruit voortkomen. Hier wordt nog hard aan gewerkt in Den Haag, dus nog niet alles is bekend. Dat betekent dat we nu overstappen op een tijdelijke nieuwe regeling.

Zodra de nieuwe wetgeving en pensioencontracten volledig bekend zijn, zullen we de regeling, uiterlijk per 2027, nogmaals moeten aanpassen om daaraan te voldoen.

Hoeveel premie betaal ik straks?

Het idee is dat de premie minimaal hetzelfde blijft als nu en waarschijnlijk hoger wordt voor degenen die nu niet (fiscaal) maximaal pensioen opbouwen. Iedereen betaalt een leeftijdsonafhankelijke premie; een percentage van uw inkomen of wuo. Tijdens het webinar op 10 maart 2021 zijn enkele voorbeelden gegeven. Hierbij is uitgegaan van een premie van 25% van de pensioengrondslag. Deze pensioengrondslag wordt bepaald door het pensioengevend inkomen (gemaximeerd op het fiscale maximum van € 112.189 (in 2021)) verminderd met de zogeheten franchise, en vervolgens gecorrigeerd met de van toepassing zijnde parttimefactor.

Om ervoor te zorgen dat er naar verwachting een goed pensioen voor iedereen is, zal een grote groep deelnemers  meer premie gaan betalen dan nu. Later dit jaar wordt duidelijk hoe hoog de premie precies wordt. Iedereen krijgt nog persoonlijke informatie over de gevolgen van de overstap naar de nieuwe pensioenregeling.

Hoe werkt de nieuwe pensioenregeling?

In de nieuwe pensioenregeling van SPH maken we geen afspraken over de hoogte van uw latere pensioen, maar over de hoogte van de premie nu. Een zogenoemde premieovereenkomst. De premie die u in de nieuwe regeling inlegt komt, na aftrek van kosten en risicopremies, terecht in uw persoonlijke pensioenkapitaal. Dat pensioenkapitaal wordt voor u belegd. Zo beweegt het direct mee met economisch goede en slechte tijden. Uiterlijk bij uw pensionering wordt dat kapitaal omgezet in een pensioen dat u levenslang krijgt uitgekeerd. Tenzij u kiest voor een variabel pensioen (zie verder Welke keuzes heb ik?).

Wat kan ik doen met mijn persoonlijke pensioenkapitaal?

Het persoonlijke pensioenkapitaal is en blijft ‘pensioen’. U kunt er niet zelf over beschikken, net als nu het geval is. De omkeerregel, waarbij de ingelegde premie onbelast is en de uitkering later belast, geldt ook voor het pensioenkapitaal. U mag niets doen met dat kapitaal omdat op dat moment die omkeerregel zou vervallen.

Kan ik straks zelf kiezen waarin ik beleg?

Nee, nog niet meteen. Beleggingsvrijheid is een mogelijk onderdeel van een premieregeling. In 2022 wil SPH onderzoeken of huisartsen daar behoefte aan hebben. Als dat het geval is, kan worden overwogen om bijvoorbeeld een keuze te bieden in verschillende risicoprofielen. Op die manier krijgen deelnemers een bepaalde vorm van beleggingsvrijheid.

Wat verandert er en wat merk ik daarvan?

In de huidige regeling zijn afspraken gemaakt over de hoogte van het pensioen dat iedereen later krijgt (een uitkeringsregeling). Daarin staat het bedrag aan pensioen voor later centraal en kan daar nog toeslag bovenop komen als de financiële situatie van SPH dat toelaat. En het pensioen kan in uitzonderlijke situaties verlaagd worden met een korting als dat nodig is. In de nieuwe regeling zijn afspraken gemaakt over de hoogte van de premie die iedereen nu betaalt (een premieregeling). Hierin staat de ingelegde premie centraal. Die premie vormt een persoonlijk pensioenkapitaal en beweegt direct mee met de financiële markten. De waarde van het pensioenkapitaal wijzigt daarmee voortdurend. Uiterlijk bij pensionering wordt het pensioenkapitaal omgezet in een levenslang pensioen. Tenzij u kiest voor een variabel pensioen (zie verder Welke keuzes heb ik?).

Bij pensionering heeft u andere keuzes. U kunt kiezen tussen een stabiel of een variabel pensioen en u kunt kiezen voor een hoog-laagpensioen in plaats van conversie. Zie verder Welke keuzes heb ik?

Ten slotte wijzigt het pensioen voor partners en kinderen bij overlijden voor pensionering. Zie verder Hoe werkt pensioen voor mijn partner en kinderen?

Wat u merkt van deze wijzigingen is dat de premie verandert, dat u bij pensionering iets andere keuzes kunt maken, en dat de hoogte van uw pensioen zolang u nog niet met pensioen bent onzekerder is.

Hoeveel pensioen krijg ik?

Het idee is dat het te verwachten pensioen voor de meeste deelnemers ongeveer hetzelfde blijft als nu en waarschijnlijk hoger wordt voor degenen die nu niet (fiscaal) maximaal pensioen opbouwen. Voor niet-gepensioneerden geldt dat de nieuwe kapitaalopbouw samengaat met een beter passend beleggingsbeleid, dat leidt tot een hoger verwacht rendement. We kunnen niet voorspellen hoe rendementen er in de toekomst daadwerkelijk uitzien. Hoe langer u heeft deelgenomen in de huidige pensioenregeling, hoe kleiner de invloed van de nieuwe regeling op uw totale pensioeninkomen zal zijn. Hoe het verwachte pensioen er op individueel niveau voor iedere huisarts (in opleiding) uit zal zien is nog niet duidelijk. Iedereen krijgt nog persoonlijke informatie over de gevolgen van de overstap naar de nieuwe pensioenregeling.

Wat hoort bij een premieregeling, is dat de hoogte van het pensioen later onzekerder is zolang u nog niet met pensioen bent. Uiteraard proberen we (in ieder geval jaarlijks) inzicht te geven in het verwachte pensioen, maar dat is een indicatie.

Hoe werkt pensioen voor mijn partner en kinderen?

Pensioen voor uw partner en kinderen blijft onderdeel van de pensioenregeling. Zolang u deelnemer bent is er pensioen voor hen verzekerd en als u met pensioen gaat koopt u standaard ook pensioen voor uw partner en kinderen.

Het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd voor partner en kinderen blijft in stand.  Anders is straks dat er geen pensioen is verzekerd voor uw partner als u komt te overlijden vóór uw pensionering en u geen deelnemer meer bent bij SPH. Als dat gebeurt dan kopen we met het pensioenkapitaal dat u dan heeft opgebouwd pensioen voor uw partner en kinderen. De hoogte daarvan is afhankelijk van de hoogte van uw pensioenkapitaal op dat moment.

Welke keuzes heb ik?

Net als in de huidige regeling kunt u kiezen wanneer u met pensioen gaat. U kunt uw SPH-pensioen straks maximaal vijf jaar voor of na uw 68e laten ingaan. U kunt kiezen voor volledig of gedeeltelijk met pensioen gaan en u kunt pensioen voor uw partner ruilen voor meer pensioen voor uzelf (of andersom). Ook kunt u als u volledig met pensioen gaat kiezen voor een hoog-laagpensioen, dat sterk lijkt op de huidige mogelijkheid tot conversie. Hierbij wordt het pensioen na pensionering geleidelijk lager. Rekening houdend met de voorwaardelijke jaarlijkse toeslag blijft het pensioen naar verwachting op een gelijkblijvend niveau. In slechte scenario’s kan het pensioen effectief dalen. In gunstige scenario’s kan het pensioen effectief stijgen.

Er komt ook een nieuwe keuzemogelijkheid bij als u kapitaal opbouwt in de nieuwe regeling. U kunt dan kiezen tussen een stabiel en variabel pensioen. Zie verder Wat is de nieuwe keuze stabiel-variabel pensioen?

Wat is de nieuwe keuze stabiel-variabel pensioen?

Dit is een wettelijke keuze die hoort bij een premieregeling, zoals de nieuwe regeling formeel heet. Deze keuze geldt alleen voor het pensioenkapitaal dat u vanaf 2022 opbouwt.

Een stabiel pensioen is een pensioen waarvoor dezelfde regels gelden als voor het huidige pensioen. Het is redelijk zeker en kan verhoogd worden met een toeslag of, in uitzonderlijke situaties, verlaagd worden. Een variabel pensioen is naar verwachting hoger, maar minder zeker. Het wordt jaarlijks aangepast aan behaalde resultaten en kan dus ieder jaar omhoog of omlaag gaan. SPH biedt naar verwachting vanaf 2023 zelf variabel pensioen aan. Zolang SPH nog geen variabel pensioen aanbiedt, kunt u met uw pensioenkapitaal bij een andere aanbieder, meestal een verzekeraar, variabel pensioen aankopen. U kunt hiervoor offertes aanvragen.

Op uw 58e vraagt SPH u een keuze te maken voor een stabiel of variabel pensioen. Als u op dat moment voor een stabiel pensioen kiest, dan is die keuze definitief. Als u voor een variabel pensioen kiest, maakt u bij uw pensionering nogmaals uw keuze, die dan definitief is.

Bent u op 1 januari 2022 al 58 of ouder? Dan vragen we u in 2022 om alsnog uw voorlopige keuze te maken. 

Kan ik mijn pensioen al laten ingaan, maar daarna nog blijven werken?

Ja, u kunt uw pensioen laten ingaan en daarnaast blijven werken. U kunt ook een deel van uw pensioen laten ingaan en gedeeltelijk blijven werken. Over het deel dat u blijft werken blijft u premie betalen totdat u 68 wordt.

Alle premie-inleg vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe pensioenregeling komt terecht in de nieuwe regeling. Het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd in de huidige regeling blijft in stand.

Bent u gedeeltelijk met pensioen? De nieuwe regeling geldt alleen voor het deel van uw pensioen dat na 2021 ingaat. Nieuwe keuzemogelijkheden gelden dan ook voor dat deel van uw pensioen. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor het deel van uw pensioen dat al is ingegaan (afgezien van het gewijzigde toeslagbeleid, zie Hebben de wijzigingen gevolgen voor gepensioneerden?).

Geldt de nieuwe regeling ook voor mij?

De nieuwe regeling geldt straks voor alle actieve deelnemers die nog niet met pensioen zijn. Alle premie-inleg vanaf de inwerkingtreding komt terecht in de nieuwe regeling. U hoeft niets te doen en het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd in de huidige regeling blijft in stand.

Bent u gedeeltelijk met pensioen? De nieuwe regeling geldt alleen voor het deel van uw pensioen dat na 2021 ingaat. Nieuwe keuzemogelijkheden gelden dan ook voor dat deel van uw pensioen. Er zijn daarom wel gevolgen voor het deel van uw pensioen dat nog in moet gaan. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor het deel van uw pensioen dat al is ingegaan.

Hebben de wijzigingen gevolgen voor gepensioneerden?

De wijzigingen gelden alleen voor nieuwe premie-inleg. De al lopende pensioenen worden niet aangepast. Wel gaat er een nieuw toeslagbeleid gelden.

Als iemand gedeeltelijk met pensioen is, gelden de wijzigingen alleen voor het nog niet ingegane deel van het pensioen. Het deel dat al is ingegaan wordt niet gewijzigd. Wel gaat hiervoor een nieuw toeslagbeleid gelden.

We hebben nu een toeslagbeleid met een hoge ambitie: we streven ernaar om de pensioenen ieder jaar te verhogen met de loonontwikkeling plus 2,25%. Die ambitie halen we al een aantal jaren niet, en we verwachten dat ook in de komende jaren niet te kunnen halen. Daarom is de afgelopen tijd gewerkt aan nieuw toeslagbeleid. Vanaf 2022 bekijkt het bestuur van SPH jaarlijks hoeveel ruimte er is om de pensioenen te verhogen. We kijken daarbij niet meer naar de hoogte van de loonontwikkeling. We blijven ernaar streven om uw pensioen te verhogen; hoeveel die verhoging kan zijn hangt af van de financiële situatie in een jaar.

SPH verwacht met het nieuwe toeslagbeleid de komende jaren de pensioenen meer te kunnen verhogen dan met het huidige beleid. Dat is onzeker, en blijft afhangen van de financiële situatie van SPH in een jaar. Het loslaten van de loonontwikkeling plus 2,25% als streven betekent dat er vanaf 2022 geen nieuwe indexatie-achterstand meer ontstaat. De indexatie-achterstand die tot nu toe is ontstaan en de fiscale ruimte om die achterstand in te halen in financieel betere tijden, blijven bestaan. Vanaf 2022 wordt er niets meer aan deze ‘lat’ toegevoegd.

Ten slotte wijzigen de keuzemogelijkheden rond pensionering. Dit heeft gevolgen voor huisartsen die gedeeltelijk met pensioen zijn en gekozen hebben voor conversie. Deze huisartsen krijgen hier persoonlijk bericht over zodra de precieze gevolgen duidelijk zijn.

Waarom wijzigt de regeling?

In 2018 heeft de BPV opdracht gegeven aan SPH om de pensioenregeling kritisch te bekijken. Daarvoor waren meerdere aanleidingen. We kunnen al een aantal jaren de pensioenen niet meer (volledig) verhogen met de toeslagambitie. Ook is de samenstelling van het deelnemersbestand van SPH de laatste jaren sterk gewijzigd: er zijn steeds meer vrouwelijke huisartsen, parttimers en steeds meer waarnemers. Een deel van de huisartsen kan in de huidige regeling geen fiscaal maximaal pensioen opbouwen. We vinden de huidige situatie wat betreft deelnemersbestand en het niet kunnen waarmaken van de toeslagambitie zo belangrijk dat we de regeling zo snel mogelijk willen aanpassen.