Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u de de belangrijkste vragen rondom de pensioenregeling. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op. 

Direct naar vragen over het onderwerp waar u naar zoekt:

Premie    De nieuwe regeling    Proces nieuwe premie

Premie

1. Waarom kiest SPH er niet voor om minder pensioen op te bouwen (en de premie zo te laten)?

We vinden het belangrijk dat alle huisartsen later een goed pensioen krijgen. Pensioen is de afgelopen jaren veel duurder geworden. Als we de premie niet zouden verhogen, vinden we dat we niet zorgen voor een goed pensioen. Uw inkomensachteruitgang na pensionering zou dan te groot (kunnen) zijn. En dat willen we voorkomen.

2. Waarom voert SPH de premieverhoging in 1 keer door, en niet stapsgewijs?

Een stapsgewijze premieverhoging heeft ook nadelen. De periode dat deelnemers geen goed pensioen opbouwen duurt daarmee nog langer. Daarmee zou een te grote inkomensachteruitgang na pensionering mogelijk niet meer te voorkomen zijn.

3. Ik vind de premie echt te hoog en wil niet meer meedoen. Kan dat?

Nee, deelname aan de pensioenregeling van SPH is verplicht voor (bijna) alle huisartsen die wonen en werken in Nederland. Door die verplichtstelling hoeft u niet helemaal alleen te zorgen voor pensioen en hebben we verschillende voordelen op het gebied van beleggen en kosten. De nieuwe pensioenregeling die vanaf 1 januari 2022 geldt biedt geen keuzemogelijkheid in premiehoogte. SPH onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om in de toekomst een keuze in de premiehoogte aan te bieden.

4. Hoe hoog is de premie bij andere pensioenfondsen in de zorg?

De premie wordt meestal uitgedrukt als percentage van de pensioengrondslag. Dat is uw pensioengevend inkomen (uw salaris of wuo), verminderd met een wettelijke franchise (omdat rekening wordt gehouden met AOW).

  • Bij PFZW is de premie 25,8% (2022)
  • Bij ABP is de premie 27,4% (2022, verwacht)
  • Bij SPMS is de premie € 35.386 (2021, bij volledige opbouw)

Bij pensioenfondsen in andere sectoren is de premie vaak nog hoger.

5. Waarom gaan wij als waarnemers ook meer premie betalen?

We realiseren ons dat u als waarnemer nog maar kort geleden ook al een premieverhoging heeft meegemaakt. En dat nu opnieuw een premieverhoging hard aankomt. Pensioen is in de afgelopen jaren veel duurder geworden. Om voor een goed pensioen te zorgen en een te grote inkomensachteruitgang na pensionering te voorkomen, is een hogere premie nodig.

6. Was deze premieverhoging ook nodig geweest als de pensioenregeling gelijk was gebleven?
Het belangrijkste knelpunt van de oude pensioenregeling was dat er door een deel van de huisartsen te weinig pensioen werd opgebouwd. Dat wilden we graag verbeteren, en was juist een van de redenen om de pensioenregeling aan te passen. Een premieverhoging vonden we in ieder geval nodig, ongeacht de andere wijzigingen in de regeling die we nu doorvoeren.
7. Gaan alle huisartsen evenveel premie betalen?

De hoogte van uw premie is afhankelijk van hoe en hoeveel u werkt als huisarts.

  • Waarnemende en vrijgevestigde huisartsen en DGA’s: 23,94% van hun pensioengrondslag
  • Huisartsen in dienstverband: 24,62% van hun pensioengrondslag
  • Vrijgevestigde huisartsen die er eerder voor kozen om geen partnerpensioen op te bouwen: 23,25% van hun pensioengrondslag

De premie is een percentage van de pensioengrondslag. Dat is uw pensioengevend inkomen (uw salaris of wuo), verminderd met een wettelijke franchise (omdat rekening wordt gehouden met AOW).

8. Is dit de laatste premieverhoging, of kan de premie binnenkort weer zomaar verhoogd worden? 

Deze premieverhoging is nodig voor een goed pensioen. Of deze verhoging voldoende is, moet nog blijken. Ook is de uitwerking van het Pensioenakkoord van invloed. Zodra de wetgeving hiervan rond is, wordt de regeling aangepast. Of de premie daarbij hetzelfde kan blijven is nog onbekend, maar het is niet ondenkbaar dat de premie nog een keer stijgt.

9. Wat levert de premieverhoging mij eigenlijk op?

Hoe langer u heeft deelgenomen in de oude pensioenregeling tot 2022, hoe kleiner de invloed van de nieuwe regeling op uw totale pensioeninkomen. In het algemeen geldt dat hoe meer premie u inlegt, hoe meer pensioenkapitaal u vormt. Of u daarmee ook meer pensioen kunt aankopen hangt af van meerdere elementen, zoals de rente en de levensverwachting. We laten u in ieder geval jaarlijks weten hoe hoog uw pensioenkapitaal is, en wat onze inschatting is van het pensioen dat u daar later voor krijgt.

10. Waarom krijg ik niet zelf de keuze voor hoeveel premie ik wil inleggen?

We weten dat sommige huisartsen graag meer en anderen juist minder premie zouden willen inleggen. Dat kan nu niet door fiscale grenzen en de afgesproken uitgangspunten voor de premieberekening. SPH onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om in de toekomst een keuze in de premiehoogte aan te bieden.

11. Krijgen gepensioneerden meer dan waar zij voor betaald hebben, omdat nu alleen premiebetalende deelnemers meer gaan betalen?

Gepensioneerden krijgen het pensioen waarvoor ze betaald hebben. Dat er nu meer premie wordt betaald merken huidige gepensioneerden niet, want hun pensioen verandert niet. Premiebetalende deelnemers merken dat wel, want in de nieuwe regeling betaalt u zichtbaarder voor uw eigen pensioen. De premie die u in de nieuwe regeling inlegt vormt namelijk uw persoonlijke pensioenkapitaal en wordt voor u belegd. Zo beweegt het mee met economisch goede en slechte tijden. Uiterlijk bij uw pensionering wordt dat kapitaal omgezet in een pensioenuitkering.

12. Er staat dat er voor sommige huisartsen sprake is van een forse premiestijging. Voor welke huisartsen geldt dit en hoe fors is die stijging dan?

In de huidige pensioenregeling is het maximum inkomen waarover pensioen kan worden opgebouwd ongeveer 140.000 euro. Tegenwoordig ligt bij steeds meer deelnemers het pensioengevend inkomen een stuk lager dan dat maximum. Dat betekent dat veel deelnemers nu relatief weinig pensioen opbouwen, en weinig pensioenpremie betalen.

In de nieuwe regeling wordt een premiepercentage betaald over de pensioengrondslag, rekening houdend met een eventueel parttimepercentage. De pensioengrondslag is het pensioengevend inkomen, gemaximeerd op ongeveer 112.000 euro, minus een franchise van ongeveer 14.000 euro (bedragen 2021). Door dit lagere maximum bereiken deelnemers eerder het maximum pensioengevend inkomen; daardoor gaan meer deelnemers meer premie betalen.

Voor ongeveer de helft van alle deelnemers stijgt de premie niet of nauwelijks. Dat zijn de deelnemers met een pensioengevend inkomen rond het huidige fiscaal maximale pensioengevend inkomen van de SPH-regeling van ongeveer 140.000 euro. Hoe veel meer premie iemand in 2022 gaat betalen, is vooral afhankelijk van hoe ver iemands pensioengevend inkomen nu is verwijderd van het huidige maximum. Dat deze deelnemers in 2022 meer premie gaan betalen, vinden wij nodig voor het te verwachten pensioen later.

De nieuwe regeling

1. Hoe werkt de nieuwe pensioenregeling?

In de nieuwe pensioenregeling van SPH maken we geen afspraken over de hoogte van uw latere pensioen, maar over de hoogte van de premie nu. Een zogenoemde premieovereenkomst. De premie die u in de nieuwe regeling inlegt komt, na aftrek van kosten en risicopremies, terecht in uw persoonlijke pensioenkapitaal. Dat pensioenkapitaal wordt voor u belegd. Zo beweegt het direct mee met economisch goede en slechte tijden. Uiterlijk bij uw pensionering wordt dat kapitaal omgezet in een pensioen dat u levenslang krijgt uitgekeerd. Tenzij u kiest voor een variabel pensioen (zie verder Welke keuzes heb ik?).

2. Welke keuzes heb ik?

Net als in de huidige regeling kunt u kiezen wanneer u met pensioen gaat. U kunt uw SPH-pensioen straks maximaal vijf jaar voor of na uw 68e laten ingaan. U kunt kiezen voor volledig of gedeeltelijk met pensioen gaan en u kunt pensioen voor uw partner ruilen voor meer pensioen voor uzelf (of andersom). Ook kunt u als u volledig met pensioen gaat kiezen voor een hoog-laagpensioen, dat sterk lijkt op de huidige mogelijkheid tot conversie. Hierbij wordt het pensioen na pensionering geleidelijk lager. Rekening houdend met de voorwaardelijke jaarlijkse toeslag blijft het pensioen naar verwachting op een gelijkblijvend niveau. In slechte scenario’s kan het pensioen effectief dalen. In gunstige scenario’s kan het pensioen effectief stijgen.

Er komt ook een nieuwe keuzemogelijkheid bij als u kapitaal opbouwt in de nieuwe regeling. U kunt dan kiezen tussen een stabiel en variabel pensioen. Zie verder Wat is de nieuwe keuze stabiel-variabel pensioen?

3. Ik lees veel over het nieuwe pensioenstelsel. Hoe zit dat bij SPH?

De regeling van SPH wijzigt na 2021. Maar we kunnen nog niet volledig aansluiten op het Pensioenakkoord en de nieuwe pensioencontracten die daaruit voortkomen. Hier wordt nog hard aan gewerkt in Den Haag, dus nog niet alles is bekend. Dat betekent dat we nu overstappen op een tijdelijke nieuwe regeling.

Zodra de nieuwe wetgeving en pensioencontracten volledig bekend zijn, zullen we de regeling, uiterlijk per 2027, nogmaals moeten aanpassen om daaraan te voldoen.

4.  Wat kan ik doen met mijn persoonlijke pensioenkapitaal?

Het persoonlijke pensioenkapitaal is en blijft ‘pensioen’. U kunt er niet zelf over beschikken, net als nu het geval is. De omkeerregel, waarbij de ingelegde premie onbelast is en de uitkering later belast, geldt ook voor het pensioenkapitaal. U mag niets doen met dat kapitaal omdat op dat moment die omkeerregel zou vervallen.

5. Hoe belegt SPH mijn pensioenkapitaal?

SPH belegt in verschillende beleggingscategorieën: onder meer aandelen, bedrijfsobligaties en beleggingen in infrastructuur en vastgoed. We beleggen hierin met uw pensioenkapitaal. Hiermee loopt u beleggingsrisico – uw pensioenkapitaal kan minder waard worden. Maar omdat er niet alleen in aandelen wordt belegd, maar ook in andere beleggingscategorieën, behalen we rendement terwijl het beleggingsrisico aanzienlijk minder is dan wanneer alles in aandelen zou zijn belegd. Door onze spreiding behalen we een gunstige risico-rendementverhouding, ook op lange termijn, voor al onze deelnemers. SPH belegt dus zodanig dat er rendement verwacht wordt zonder te veel risico te nemen, wat grote uitschieters – naar boven en naar beneden – voorkomt.

Op uw 58e vraagt SPH of u een keuze wilt maken tussen stabiel en variabel pensioen. Bij een keuze voor stabiel pensioen wordt beleggingsrisico afgebouwd doordat we uw pensioenkapitaal vanaf uw 58e al geleidelijk omzetten in een pensioen bij SPH. Bij een keuze voor variabel pensioen blijven we uw pensioenkapitaal beleggen zoals we dat voor uw 58e al deden. Uw pensioenkapitaal wordt in dit geval pas als u uw pensioen laat ingaan omgezet in een maandelijks pensioen. Uw pensioen is dan naar verwachting hoger, maar minder zeker dan bij een stabiel pensioen.

6. Hoeveel rendement haalt SPH op mijn pensioenkapitaal?

SPH belegt in verschillende beleggingscategorieën: onder meer aandelen, bedrijfsobligaties en beleggingen in infrastructuur en vastgoed. We beleggen hierin met uw pensioenkapitaal. SPH heeft met de beleggingen de afgelopen jaren de volgende rendementen behaald.

  • 2018 1%
  • 2019 19%
  • 2020 0%
  • 2021 10% (t/m q3)

Niemand kan de toekomst voorspellen, dus hoeveel uw pensioenkapitaal bij uw pensionering waard zal zijn weten we niet zeker en hangt vooral af van onze beleggingsresultaten. Hoeveel pensioen u vervolgens met uw pensioenkapitaal kunt aankopen is ook onzeker, en hangt vooral af van de rente, de financiële positie van SPH en de levensverwachting op dat moment. Wel kunnen we een zo goed mogelijke schatting maken, waarin we uw pensioen in 3 scenario’s laten zien. In een slechtweerscenario gaan we uit van negatieve marktomstandigheden, in een goedweerscenario juist van positieve marktomstandigheden, en een zogenoemd verwacht scenario zit daar tussenin. In dat verwachte scenario rekenen we met een verwacht rendement van 3,6%. In de Mijn SPH-omgeving kunt u straks zien hoe uw te verwachten pensioenkapitaal en pensioen in 3 scenario’s eruit zien. Ook laten we u jaarlijks zien hoe uw pensioenkapitaal zich ontwikkelt (waaronder de groei door het behaalde rendement).

7. Kan ik straks zelf kiezen waarin ik beleg?

Nee, nog niet meteen. Beleggingsvrijheid is een mogelijk onderdeel van een premieregeling. In 2022 wil SPH onderzoeken of huisartsen daar behoefte aan hebben. Als dat het geval is, kan worden overwogen om bijvoorbeeld een keuze te bieden in verschillende risicoprofielen. Op die manier krijgen deelnemers een bepaalde vorm van beleggingsvrijheid.

8. Wat verandert er en wat merk ik daarvan?

In de huidige regeling zijn afspraken gemaakt over de hoogte van het pensioen dat iedereen later krijgt (een uitkeringsregeling). Daarin staat het bedrag aan pensioen voor later centraal en kan daar nog toeslag bovenop komen als de financiële situatie van SPH dat toelaat. En het pensioen kan in uitzonderlijke situaties verlaagd worden met een korting als dat nodig is. In de nieuwe regeling zijn afspraken gemaakt over de hoogte van de premie die iedereen nu betaalt (een premieregeling). Hierin staat de ingelegde premie centraal. Die premie vormt een persoonlijk pensioenkapitaal en beweegt direct mee met de financiële markten. De waarde van het pensioenkapitaal wijzigt daarmee voortdurend. Uiterlijk bij pensionering wordt het pensioenkapitaal omgezet in een levenslang pensioen. Tenzij u kiest voor een variabel pensioen (zie verder Welke keuzes heb ik?).

Bij pensionering heeft u andere keuzes. U kunt kiezen tussen een stabiel of een variabel pensioen en u kunt kiezen voor een hoog-laagpensioen in plaats van conversie. Zie verder Welke keuzes heb ik?

Ten slotte wijzigt het pensioen voor partners en kinderen bij overlijden voor pensionering. Zie verder Hoe werkt pensioen voor mijn partner en kinderen?

Wat u merkt van deze wijzigingen is dat de premie verandert, dat u bij pensionering iets andere keuzes kunt maken, en dat de hoogte van uw pensioen zolang u nog niet met pensioen bent onzekerder is.

9. Hoeveel pensioen krijg ik?

Het idee is dat het te verwachten pensioen voor de meeste deelnemers ongeveer hetzelfde blijft als nu en waarschijnlijk hoger wordt voor degenen die nu niet (fiscaal) maximaal pensioen opbouwen. Voor niet-gepensioneerden geldt dat de nieuwe kapitaalopbouw samengaat met een beter passend beleggingsbeleid, dat leidt tot een hoger verwacht rendement. We kunnen niet voorspellen hoe rendementen er in de toekomst daadwerkelijk uitzien. Hoe langer u heeft deelgenomen in de huidige pensioenregeling, hoe kleiner de invloed van de nieuwe regeling op uw totale pensioeninkomen zal zijn. Hoe het verwachte pensioen er op individueel niveau voor iedere huisarts (in opleiding) uit zal zien is nog niet duidelijk. Iedereen krijgt nog persoonlijke informatie over de gevolgen van de overstap naar de nieuwe pensioenregeling.

Wat hoort bij een premieregeling, is dat de hoogte van het pensioen later onzekerder is zolang u nog niet met pensioen bent. Uiteraard proberen we (in ieder geval jaarlijks) inzicht te geven in het verwachte pensioen, maar dat is een indicatie.

10. Hoe werkt pensioen voor mijn partner en kinderen?

Pensioen voor uw partner en kinderen blijft onderdeel van de pensioenregeling. Zolang u deelnemer bent is er pensioen voor hen verzekerd en als u met pensioen gaat koopt u standaard ook pensioen voor uw partner en kinderen.

Het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd voor partner en kinderen blijft in stand. Anders is straks dat er geen pensioen is verzekerd voor uw partner als u komt te overlijden vóór uw pensionering en u geen deelnemer meer bent bij SPH. Als dat gebeurt dan kopen we met het pensioenkapitaal dat u dan heeft opgebouwd pensioen voor uw partner en kinderen. De hoogte daarvan is afhankelijk van de hoogte van uw pensioenkapitaal op dat moment.

11. Wat is de nieuwe keuze stabiel-variabel pensioen?

Dit is een wettelijke keuze die hoort bij een premieregeling, zoals de nieuwe regeling formeel heet. Deze keuze geldt alleen voor het pensioenkapitaal dat u vanaf 2022 opbouwt.

Een stabiel pensioen is een pensioen waarvoor dezelfde regels gelden als voor het huidige pensioen. Het is redelijk zeker en kan verhoogd worden met een toeslag of, in uitzonderlijke situaties, verlaagd worden. Een variabel pensioen is naar verwachting hoger, maar minder zeker. Het wordt jaarlijks aangepast aan behaalde resultaten en kan dus ieder jaar omhoog of omlaag gaan. SPH biedt naar verwachting vanaf 2023 zelf variabel pensioen aan. Zolang SPH nog geen variabel pensioen aanbiedt, kunt u met uw pensioenkapitaal bij een andere aanbieder, meestal een verzekeraar, variabel pensioen aankopen. U kunt hiervoor offertes aanvragen.

Op uw 58e vraagt SPH u een keuze te maken voor een stabiel of variabel pensioen. Als u op dat moment voor een stabiel pensioen kiest, dan is die keuze definitief. Als u voor een variabel pensioen kiest, maakt u bij uw pensionering nogmaals uw keuze, die dan definitief is.

Bent u op 1 januari 2022 al 58 of ouder? Dan vragen we u in 2022 om alsnog uw voorlopige keuze te maken.

12. Kan ik mijn pensioen al laten ingaan, maar daarna nog blijven werken?

Ja, u kunt uw pensioen laten ingaan en daarnaast blijven werken. U kunt ook een deel van uw pensioen laten ingaan en gedeeltelijk blijven werken. Over het deel dat u blijft werken blijft u premie betalen totdat u 68 wordt.

Alle premie-inleg vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe pensioenregeling komt terecht in de nieuwe regeling. Het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd in de huidige regeling blijft in stand.

Bent u gedeeltelijk met pensioen? De nieuwe regeling geldt alleen voor het deel van uw pensioen dat na 2021 ingaat. Nieuwe keuzemogelijkheden gelden dan ook voor dat deel van uw pensioen. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor het deel van uw pensioen dat al is ingegaan (afgezien van het gewijzigde toeslagbeleid, zie Hebben de wijzigingen gevolgen voor gepensioneerden?).

13. Geldt de nieuwe regeling ook voor mij?

De nieuwe regeling geldt straks voor alle actieve deelnemers die nog niet met pensioen zijn. Alle premie-inleg vanaf de inwerkingtreding komt terecht in de nieuwe regeling. U hoeft niets te doen en het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd in de huidige regeling blijft in stand.

Bent u gedeeltelijk met pensioen? De nieuwe regeling geldt alleen voor het deel van uw pensioen dat na 2021 ingaat. Nieuwe keuzemogelijkheden gelden dan ook voor dat deel van uw pensioen. Er zijn daarom wel gevolgen voor het deel van uw pensioen dat nog in moet gaan. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor het deel van uw pensioen dat al is ingegaan.

14 Hebben de wijzigingen gevolgen voor gepensioneerden?

De wijzigingen gelden alleen voor nieuwe premie-inleg. De al lopende pensioenen worden niet aangepast. Wel gaat er een nieuw toeslagbeleid gelden.

Als iemand gedeeltelijk met pensioen is, gelden de wijzigingen alleen voor het nog niet ingegane deel van het pensioen. Het deel dat al is ingegaan wordt niet gewijzigd. Wel gaat hiervoor een nieuw toeslagbeleid gelden.

We hebben nu een toeslagbeleid met een hoge ambitie: we streven ernaar om de pensioenen ieder jaar te verhogen met de loonontwikkeling plus 2,25%. Die ambitie halen we al een aantal jaren niet, en we verwachten dat ook in de komende jaren niet te kunnen halen. Daarom is de afgelopen tijd gewerkt aan nieuw toeslagbeleid. Vanaf 2022 bekijkt het bestuur van SPH jaarlijks hoeveel ruimte er is om de pensioenen te verhogen. We kijken daarbij niet meer naar de hoogte van de loonontwikkeling. We blijven ernaar streven om uw pensioen te verhogen; hoeveel die verhoging kan zijn hangt af van de financiële situatie in een jaar.

SPH verwacht met het nieuwe toeslagbeleid de komende jaren de pensioenen meer te kunnen verhogen dan met het huidige beleid. Dat is onzeker, en blijft afhangen van de financiële situatie van SPH in een jaar. Het loslaten van de loonontwikkeling plus 2,25% als streven betekent dat er vanaf 2022 geen nieuwe indexatie-achterstand meer ontstaat. De indexatie-achterstand die tot nu toe is ontstaan en de fiscale ruimte om die achterstand in te halen in financieel betere tijden, blijven bestaan. Vanaf 2022 wordt er niets meer aan deze ‘lat’ toegevoegd.

Ten slotte wijzigen de keuzemogelijkheden rond pensionering. Dit heeft gevolgen voor huisartsen die gedeeltelijk met pensioen zijn en gekozen hebben voor conversie. Deze huisartsen krijgen hier persoonlijk bericht over zodra de precieze gevolgen duidelijk zijn.

15. Waarom wijzigt de regeling?

In 2018 heeft de BPV opdracht gegeven aan SPH om de pensioenregeling kritisch te bekijken. Daarvoor waren meerdere aanleidingen. We kunnen al een aantal jaren de pensioenen niet meer (volledig) verhogen met de toeslagambitie. Ook is de samenstelling van het deelnemersbestand van SPH de laatste jaren sterk gewijzigd: er zijn steeds meer vrouwelijke huisartsen, parttimers en steeds meer waarnemers. Een deel van de huisartsen kan in de huidige regeling geen fiscaal maximaal pensioen opbouwen. We vinden de huidige situatie wat betreft deelnemersbestand en het niet kunnen waarmaken van de toeslagambitie zo belangrijk dat we de regeling zo snel mogelijk willen aanpassen.

Proces nieuwe premie

1. Wie heeft het besluit tot deze hogere premie genomen?

SPH is het pensioenfonds van, voor en door huisartsen. De pensioenregeling komt tot stand doordat huisartsen zelf besluiten nemen over die regeling. De Beroepspensioenvereniging Huisartsen (BPV) bepaalt namelijk de inhoud doordat de afgevaardigde huisartsen daarover stemmen. De BPV heeft begin 2021 de uitgangspunten van de premiehoogte vastgesteld. In 2021 heeft het Verantwoordingsorgaan (VO) van SPH, dat bijna volledig bestaat uit huisartsen, een advies gegeven. Het bestuur van SPH heeft vervolgens aan de hand van deze uitgangspunten de definitieve premiehoogte vastgesteld.

2. Waar kan ik terecht met vragen en wat hoor ik nog meer?
  • In januari ontvangt u van ons uitgebreidere informatie over de nieuwe pensioenregeling in de nieuwe Huisarts & Pensioen.
  • Eind januari krijgt u uw eerste nieuwe premienota – hierop staat uw definitieve nieuwe premie.
3. Hoe en wanneer zijn deelnemers geïnformeerd

Vanaf 2020 houden we iedereen op de hoogte via de H&P en nieuwsberichten en veelgestelde vragen op de website. Zodra de contouren van de nieuwe regeling zichtbaar werden, was er vaker nieuws.

Dit waren in 2021 waren de belangrijkste momenten en middelen:

  • In januari 2020 stond in de H&P dat er meer duidelijkheid kwam.
  • Op 10 februari stuurden we u een brief over de wijzigingen en een webinar in maart
  • Op 10 maart vond dat webinar plaats
  • In mei stond er in de H&P dat u – als u 60 jaar of ouder bent – bijna in MijnSPH terecht zou kunnen en dat er een webinar ‘Binnenkort met Pensioen’ aan kwam.
  • Op 20 mei plaatsten we op onze website een bericht over de wijzigingen
  • Op 7 juni stuurden we u – als u 60 jaar of ouder bent – een brief over de wijzigingen en een webinar ‘Binnenkort met pensioen’ in juni
  • Op 23 juni plaatsten we op onze website een bericht over de oude Mijn SPH-omgeving
  • Op 23 juni organiseerden we het webinar dat ook terug te kijken is: Webinar Binnenkort met pensioen
  • Op 30 juni stuurden we u – als u 60 jaar of ouder was – een brief over de wijzigingen waarin we ook lieten weten dat u in de Mijn SPH-omgeving kon kijken
  • Eind oktober lieten we via onze website weten dat er meer bekend was over de premie
  • Eind november ontving u een brief met een link naar de rekentool