Veelgestelde vragen nieuwe regeling

Vanaf 2022 wijzigt de pensioenregeling van SPH. U vindt hier veelgestelde vragen en antwoorden over de nieuwe pensioenregeling. Wij werken de vragen en antwoorden regelmatig bij. De laatste update was op 10 december 2020.

1. Hoe ziet de nieuwe pensioenregeling eruit?

Net als in de huidige regeling is er niet alleen pensioen voor later geregeld, maar ook pensioen voor uw partner als u zou overlijden. En neemt SPH uw premiebetaling over als u arbeidsongeschikt wordt. Hiervoor betaalt u net als nu een leeftijdsonafhankelijke premie; iedere huisarts (in opleiding) legt hetzelfde percentage premie in. Wat nieuw is, is dat de premie die u inlegt na aftrek van kosten en risicopremies terechtkomt in een persoonlijk pensioenkapitaal dat wordt belegd. Uiterlijk bij uw pensionering wordt dat kapitaal omgezet in het pensioen dat u levenslang krijgt uitgekeerd.

2. Hoeveel premie moet ik betalen in de nieuwe regeling en hoeveel pensioen levert die op?

Dat hangt af van allerlei elementen, waarover nog niet allemaal een besluit is genomen. Het idee is dat de premie minimaal hetzelfde blijft en mogelijk hoger wordt voor degenen die nu niet (fiscaal) maximaal pensioen opbouwen. Datzelfde geldt voor het te verwachten pensioen. Hoe dit er op individueel niveau voor iedere huisarts (in opleiding) uit zal zien is nog niet duidelijk. Iedereen krijgt eind 2021 persoonlijke informatie over de gevolgen van de overstap naar de nieuwe pensioenregeling. Tot die tijd houden we u op de hoogte via de Huisarts&Pensioen en de website en kunt u deelnemen aan verschillende webinars. Aan deelnemers die overwegen in 2022 met pensioen te gaan besteden we komend jaar extra aandacht.

3. Welke keuzemogelijkheden heb ik in de nieuwe pensioenregeling?

Net als in de huidige regeling kunt u kiezen wanneer u met pensioen gaat, of u dat gedeeltelijk of volledig doet, en kunt u kiezen voor het uitruilen van pensioen. Wat nieuw is, is dat u daarnaast kunt kiezen voor een hoog-laagpensioen. Dat lijkt sterk op de huidige mogelijkheid tot conversie, waarbij het pensioen hoog start en daarna lager wordt. Dit hoog-laagpensioen vervangt straks de huidige conversiemogelijkheid.

Er komt ook een nieuwe keuzemogelijkheid bij als u kapitaal opbouwt in de nieuwe regeling. U kunt dan kiezen tussen een stabiel en variabel pensioen. Een stabiel pensioen is een pensioen waarvoor dezelfde regels gelden als voor het huidige pensioen. Het is redelijk zeker en kan verhoogd of, in uitzonderlijke situaties, verlaagd worden. Een variabel pensioen is naar verwachting hoger, maar minder zeker. Het wordt jaarlijks aangepast aan behaalde resultaten en kan dus ieder jaar omhoog of omlaag gaan. Dit is een wettelijke keuze die hoort bij een premieregeling, zoals de nieuwe regeling formeel heet.

Hoogstwaarschijnlijk krijgt u er nog een nieuwe, wettelijke keuze bij. Bij pensionering kunt u onder voorwaarden kiezen voor opname van een bedrag ineens. Dat betekent dat u een eenmalig bedrag krijgt bij pensionering, en uw levenslange pensioen lager wordt. Op dit moment wordt gewerkt aan de wet die dit mogelijk maakt. Zodra hier meer over bekend is laten we u dat weten.

4. Hoe zit het met het landelijke Pensioenakkoord, lopen we daar dan al op vooruit?

We kunnen nog niet volledig aansluiten op het Pensioenakkoord en de nieuwe pensioencontracten die daaruit voortkomen. Hier wordt nog hard aan gewerkt in Den Haag, dus nog niet alles is bekend. Dat betekent dat we nu overstappen op een tijdelijke nieuwe regeling. Zodra de nieuwe wetgeving en pensioencontracten volledig bekend zijn, zullen we de regeling, uiterlijk per 2026, nogmaals moeten aanpassen om daaraan te voldoen. Waar mogelijk sluit de tijdelijke regeling wel al aan op de toekomstige situatie.

5. Wat gebeurt er met de bestaande pensioenen en reserves van het pensioenfonds als we overgaan op de nieuwe pensioenregeling?

Het uitgangspunt is dat alleen premie-inleg vanaf 2022 terechtkomt in de tijdelijke nieuwe regeling en dat de bestaande pensioenen en de reserves blijven bestaan. Er is nog geen besluit genomen over of dit ook in de toekomst in de uiteindelijke doelregeling, na invoering van de nieuwe wetgeving en pensioencontracten mogelijk blijft. Mogelijk zijn ontwikkelingen in uitvoerbaarheid, kosten of wet- en regelgeving in de toekomst aanleiding om hier alsnog een besluit over te nemen. Daarbij is veel betrokkenheid van diverse besluitvormingsorganen en zullen ieders belangen evenwichtig worden afgewogen.

6. Wie beslist er over de inhoud van een nieuwe pensioenregeling?

De Vergadering van Afgevaardigden, de VvA, beslist over de inhoud van de pensioenregeling van SPH. De VvA is het belangrijkste orgaan van de BPV en bestaat uit door u gekozen huisartsen. Zij staan in nauw contact met hun achterban. De VvA laat zich adviseren door SPH en externe deskundigen.

7. Is de nieuwe regeling, een premieregeling, net zo solidair als de huidige regeling?

Hoe solidair een pensioenregeling is hangt af van meerdere elementen. Een premieregeling kan, net als een uitkeringsregeling, solidair zijn door risicodeling bij overlijden en arbeidsongeschiktheid. Risico’s kunnen gedeeld worden binnen verschillende generaties, en tussen mannen en vrouwen, gezonde en  minder gezonde deelnemers. Risicodeling tussen verschillende generaties vindt minder plaats in een premieregeling. In de nieuwe regeling worden net als nu risico’s gedeeld op overlijden, langleven en arbeidsongeschiktheid, en na pensionering ook die op tegenvallende beleggingen en lage rente.

8. Waarom komt er een nieuwe pensioenregeling?

In 2018 heeft de BPV opdracht gegeven aan SPH om de pensioenregeling kritisch te bekijken. Daarvoor waren meerdere aanleidingen. We kunnen al een aantal jaren de pensioenen niet meer (volledig) verhogen. Ook is de samenstelling van het deelnemersbestand van SPH de laatste jaren sterk gewijzigd: er zijn steeds meer vrouwelijke huisartsen, parttimers en steeds meer waarnemers. Een deel van de huisartsen kan in de huidige regeling geen fiscaal maximaal pensioen opbouwen. Bovendien is er de maatschappelijke situatie rondom het Pensioenakkoord: ook landelijk wordt nu bekeken hoe pensioenregelingen in Nederland er in de toekomst uit zouden moeten zien.

We vinden de huidige situatie wat betreft deelnemersbestand en het niet kunnen waarmaken van de toeslagambitie zo belangrijk dat we de regeling zo snel mogelijk willen verbeteren. Daarbij kijken we natuurlijk vooruit: zoals het er nu uitziet sluit de tijdelijke nieuwe regeling al aan op de nieuwe pensioencontracten die landelijk worden uitgewerkt.

9. De dekkingsgraad van SPH is in vergelijking met andere fondsen hoog en SPH geeft ieder jaar een toeslag. Waarom kijken we dan toch naar een nieuwe pensioenregeling?

Het kan op het eerste gezicht inderdaad lijken alsof SPH er beter voor staat dan andere pensioenfondsen. Maar onze dekkingsgraad is eigenlijk niet te vergelijken met andere fondsen. Dat komt door onze bijzondere regeling, waarin u minder pensioen opbouwt maar we proberen u meer toeslag te geven dan bij andere fondsen. Die toeslagen konden we in de afgelopen jaren niet (volledig) toekennen. We verwachten dat dat in de komende jaren ook niet kan. Daarnaast verandert de huisartsensector en speelt toekomstbestendigheid een rol (zie ook vraag 5).