Veelgestelde vragen nieuwe regeling

De BPV heeft SPH de opdracht gegeven om de huidige pensioenregeling te evalueren en zo nodig voorstellen te doen ter aanpassing. Op 2 juli is een besluit genomen over de vormgeving van de nieuwe regeling. Via onderstaande vragen en antwoorden informeren wij u over de meest recente ontwikkelingen. Wij zullen de vragen en antwoorden regelmatig bijwerken naar de laatste stand van zaken, de laatste update was op 20 juli 2020.

1. Waarom wordt er nagedacht over een nieuwe pensioenregeling?

In 2018 heeft de BPV opdracht gegeven aan SPH om de pensioenregeling kritisch te bekijken. Daarvoor waren meerdere aanleidingen. We kunnen al een aantal jaren de pensioenen niet meer (volledig) verhogen. Ook is de samenstelling van het deelnemersbestand van SPH de laatste jaren sterk gewijzigd: er zijn steeds meer vrouwelijke huisartsen, parttimers en steeds meer waarnemers. Een deel van de huisartsen kan in de huidige regeling geen fiscaal maximaal pensioen opbouwen. Bovendien is er de maatschappelijke situatie rondom het Pensioenakkoord: ook landelijk wordt nu bekeken hoe pensioenregelingen voor alle Nederlanders er in de toekomst uit zouden moeten zien.

2. Waarom wachten we niet op de verdere uitwerking van het Pensioenakkoord?

We vinden de huidige situatie wat betreft deelnemersbestand en het niet kunnen waarmaken van de toeslagambitie zo belangrijk dat we de regeling zo snel mogelijk willen verbeteren. Daarbij kijken we natuurlijk vooruit: zoals het er nu uitziet sluit de nieuwe regeling al aan op de nieuwe pensioencontracten die landelijk worden uitgewerkt.

3. De dekkingsgraad van SPH is in vergelijking met andere fondsen hoog en SPH geeft ieder jaar een toeslag. Waarom kijken we dan toch naar een nieuwe pensioenregeling?

Het kan op het eerste gezicht inderdaad lijken alsof SPH er beter voor staat dan andere pensioenfondsen. Maar onze dekkingsgraad is eigenlijk niet te vergelijken met andere fondsen. Dat komt door onze bijzondere regeling, waarin u minder pensioen opbouwt maar wel meer toeslag krijgt dan bij andere fondsen. Die toeslagen konden we in de afgelopen jaren niet (volledig) toekennen. We verwachten dat dat in de komende jaren ook niet kan. Daarnaast verandert de huisartsensector en speelt toekomstbestendigheid een rol (zie ook vraag 1).

4. Wordt een nieuwe pensioenregeling beter dan de huidige?

We willen een pensioenregeling die toekomstbestendig is: robuust en duidelijk, zonder onduidelijkheid over (her)verdeling of wat van wie is. Risico’s kunnen gedeeld blijven, er kan ruimte worden gegeven voor keuzemogelijkheden, en meer deelnemers kunnen een fiscaal maximaal pensioen opbouwen. Kortom, een nieuwe regeling kan beter passend worden gemaakt bij de huidige populatie huisartsen en hun wensen.

Hoe goed een pensioenregeling is, hangt onder meer af van de hoogte van de premie, en de hoogte en zekerheid van het verwachte pensioen. Daarover is nu nog geen duidelijkheid. Het uitgangspunt is in ieder geval dat de hoogte van de premie en het verwachte pensioen ongeveer hetzelfde blijven. Er zijn voor de VvA berekeningen gemaakt over de hoogte en zekerheid van het verwachte pensioen, maar wat dat op individueel niveau voor iedere huisarts zal betekenen is nog niet duidelijk.

5. Wat voor soort regeling wordt de nieuwe pensioenregeling?

De VvA heeft op 2 juli besloten dat de nieuwe pensioenregeling een premieregeling is. Daarbij staat de premie die alle huisartsen inleggen vooraf vast, en de hoogte van het pensioen niet. Er is dan duidelijkheid over de te betalen premie en hoeveel geld er voor elke deelnemer is. We kijken in het bijzonder naar een premieregeling waarbij deelnemers tot de pensioendatum een eigen pensioenvermogen hebben, en vanaf de pensioendatum meer risico’s samen delen. Het aanhouden van een grote reserve is daarbij niet meer nodig. Ook biedt deze regeling meer mogelijkheden voor keuzevrijheid en sluit deze al aan bij de nieuwe pensioencontracten zoals die nu landelijk worden ontworpen. Een besluit over de verdere invulling van de regeling en gevolgen daarvan wordt later dit jaar genomen.

6. Wie beslist er over de inhoud van een nieuwe pensioenregeling?

De Vergadering van Afgevaardigden, de VvA, beslist over de inhoud van de pensioenregeling van SPH. De VvA is het belangrijkste orgaan van de BPV, en bestaat dus uit door u gekozen huisartsen.

7. Hoe bepaalt de VvA wat het beste is voor de huisartsen?

De VvA bestaat uit huisartsen en kent dus de beroepsgroep. Zij staan bovendien in nauw contact met hun achterban. Daarnaast hebben we regiobijeenkomsten georganiseerd en onderzoek gedaan onder alle huisartsen naar hun wensen en behoeften. De VvA laat zich adviseren door SPH en externe deskundigen. Het uitgangspunt is om de sterke punten van de huidige regeling te behouden en een passend pensioen voor huisartsen te regelen.

8. Wanneer besluit de VvA meer over de nieuwe pensioenregeling?

De VvA heeft op 2 juli besloten dat de nieuwe regeling een premieregeling is en dat die ingaat per 2022. Er is nog geen besluit genomen over onder andere de hoogte van de premie , de manier waarop die premie wordt belegd, de verdeling van risico’s of de keuzes die u zelf kunt maken. Over deze verdere invulling van de nieuwe regeling denken de BPV en SPH de komende tijd na. We verwachten dat de VvA in haar vergaderingen in september en december hierover besluiten neemt.

9. Wat gebeurt er met de bestaande pensioenen en reserves van het pensioenfonds, de buffer, als we overgaan op een nieuwe pensioenregeling?

Het uitgangspunt is dat alleen nieuw pensioen in een nieuwe regeling wordt opgebouwd en dat de bestaande pensioenen en de buffer blijven bestaan. Mogelijk zijn ontwikkelingen in uitvoerbaarheid, kosten of wet- en regelgeving in de toekomst aanleiding om hier alsnog een besluit over te nemen. Daarbij zullen ieders belangen evenwichtig worden afgewogen.

10. Is een premieregeling net zo solidair als de huidige regeling?

Hoe solidair een pensioenregeling is hangt af van meerdere elementen. Een premieregeling kan, net als een uitkeringsregeling, solidair zijn door risicodeling bij overlijden en arbeidsongeschiktheid. Risico’s kunnen gedeeld worden binnen verschillende generaties, en tussen mannen en vrouwen, gezonde en  minder gezonde deelnemers. Risicodeling tussen verschillende generaties vindt minder plaats in een premieregeling. De VvA moet op een later moment nog beslissen over de gewenste mate van solidariteit in de nieuwe regeling.